Cephalanthera longifolia (L.) Swartz
Wit bosvogeltje
Frans : Céphalanthère à feuilles en epée
Engels : Long-leaved Helleborine
Duits : Langblättriges Waldvögelein, Schwertblätteriges Waldvögelein
Synoniemen:
Cephalanthera ensifolia (Murr) Richard, Cephalanthera xiphophyllum (L. ) Reichenbach
Etymologie : Longifolia komt van twee Latijnse woorden: longus (lang) en folium (blad) en verwijst naar de vorm van de bladeren
Beschrijving: Plant 20 tot 50 cm hoog. Vaak een iets heen en weer gebogen stengel die bovenaan geribd is. Bladeren talrijk, schijnbaar in twee rijen ingeplant, afstaand tot overhangend, zeer lang, lijn-lancetvormig, sterf generfd. Schutbladeren korter dan de vruchtbeginsels, behalve het onderste. Bloeiwijze dicht tot tamelijk losbloemig met 10 tot 20 bloemen. Geplaatst in een lange bloeiaar, duidelijk van de rest van de plant gescheiden. Bloemen zuiver wit, min of meer geopend. Lip bootvormig met een gele vlek op het hypochiel. Niet echt ingesloten door sepalen en petalen. Vijf tot zeven lijsten op het hypochiel. Lip ongespoord, soms wel met knobbelvormige verdikking.
Variabiliteit: weinig variabele soort.




















Bloeitijd: meestal mei tot midden-juli
Habitat: Meestal in kalkrijke hellingbossen, op licht beschaduwde plaatsen. Bij voorkeur in bosranden en struweelzomen. Vereist iets meer licht dan C. damasonium. Vaak in oudere mosrijke loof- en naaldbossen, zelfs op zeer vochtige plaatsen in bronnetjesbossen.
Zeldzaamheid: zeer zeldzaam in het hele land. In Vlaanderen mogelijk maar twee vindplaatsen. Iets algemener in Zuid-België. Lijst A.
Gelijkende soorten: C. longifolia is duidelijk te onderscheiden van C. damasonium. Bij de eerste zijn de bladeren en de schutbladeren duidelijk gescheiden terwijl ze bij de tweede er geleidelijk in over gaan. Longifolia heeft ook langere, smallere bladeren en witte bloemen.
Opmerkingen: soort die bijna uitsluitend afhankelijk is van insecten om bevrucht te worden. Wanneer extreme droogte optreedt, worden de bloemknoppen bruin en verdrogen ze zonder open te komen. Wat rest zijn dan de stengel en de bladeren zonder bloemen. Zuidelijke planten hebben meer kans op bevruchting.
Tekst : Bart Van de Vijver, video : Patrick Mannens, foto’s : Luc Segers, Daniel Gheyselinck, Patrick Mannens, Jos Eykens, Kurt Geeraerts, Martin Jansen, Jacques Kleynen, Dirk Batenburg.
Met dank aan de vele fotografen die ons beeldmateriaal bezorgden van deze soort.
Volgende maand :
Epipactis helleborine
Alle foto’s zijn welkom. Stuur ze naar secretariaat@semo.vlaanderen.
Alvast bedankt.
