Epipactis helleborine

Breedbladige wespenorchis

Frans : Epipactis à large feuilles

Engels : Broad-leaved Helleborine

Duits : Breitblättrige Stendelwurz

Synoniemen Epipactis latifolia (L.) Allioni  1785
Helleborine latifolia (L.) Moench 1802

Etymologie 
De verwijzing helleborine heeft niets te maken met de familie van de nieskruiden Helleborus, maar met de gelijkenis van de bladeren met die van Veratrum album – witte nieswortel. Deze plant werd vroeger namelijk “white Hellebore” genoemd, terwijl hij nu False Helleborine heet…

Beschrijving

Het is een wijdverspreide orchideeënsoort die voorkomt in grote delen van Europa, Azië en lokaal ook is ingeburgerd in Noord-Amerika na menselijke introductie. Het is één van de meest algemene en adaptieve soorten binnen het geslacht Epipactis.

De planten kunnen soms erg groot worden (tot 85 cm) maar zijn meestal tussen 40 en 60 cm hoog. Langs de stengel bevinden zich 3 tot 5 grote, eironde tot breed elliptische bladeren die afhangen en een zekere stijfheid missen. De bloeiwijze is langgerekt en kan zeer dicht zijn. Op donkere standplaatsen wordt ze losbloemiger. De schutbladen zijn langer dan de bloemen en zijn onderaan de bloeiwijze het langst. De onderste schutbladeren worden echter niet langer dan 4 cm en blijven dus korter dan de echte bossoorten zoals de ondersoorten van E. leptochila.

De basis van de bloemsteel is steeds rood aangelopen. Dit is meteen een goed kenmerk om deze soort te onderscheiden van andere zoals E. leptochila subsp. leptochila en subsp. neglecta omdat deze een groene bloemsteel bezitten. De stengel is bovenaan spaarzaam viltig behaard (niet zo dicht als bv. bij E. atrorubens of E. microphylla)

De bloemen lijken bij nader toezien wel enigszins op de bloemen van tropische orchideeën zoals die van het genus Cymbidium, maar zijn veel kleiner. De lip bestaat uit 2 delen: een komvormig hypochiel (waarin zich nectar bevindt) en een epichiel dat driehoekig van vorm is en vaak een aantal wrattige structuren bezit die calli worden genoemd. Men denkt dat deze een betere grip verzekeren aan landende insecten die de bloemen bezoeken. De 3 sepalen en de 2 zijdelingse petalen vormen samen een krans die wijd is open gespreid. De pollinia liggen goed beschermd in een ruim pollenbedje (clinandrium) zodat ze uit zichzelf niet kunnen gaan schuiven. Op de punt van dit clinandrium bevindt zich het viscidium dat er uit ziet als een melkwit pareltje. Dit bevat een kleefstof en bij contact met een insect scheurt dit open en worden de pollinia op het hoofd van het bezoekende insect gekleefd. Deze insecten zijn hoofdzakelijk wespen, wat de naam wespenorchis verklaart. In tegenstelling tot een aantal andere leden binnen het genus Epipactis is E. helleborine dus een allogame soort die aan kruisbestuiving doet en geen zelfbestuiver is. Door de aanwezigheid van nectar en de geurstoffen die de bloem produceert, worden de bloemen snel en gretig bezocht door wespen en de bestuivingsgraad is dan ook zeer hoog.

Variabiliteit

De kleur van de bloemen is erg variabel en gaat van lichtgroen tot donkerrood. Ook de hoeveelheid licht die de plant kan opvangen op zijn standplaats kan het uitzicht bepalen (grootte van de bladeren, hoogte van de plant, aantal bloemen)

Bloeitijd

De brede wespenorchis kent in onze streken zijn hoofdbloei in de 2e en de 3e week van juli. Hij is droogte gevoelig en hete zomers kunnen de groeikracht danig aantasten waarbij alle bloemknoppen verdorren vooraleer ze open gaan. Ook andere leden van het genus Epipactis kunnen danig veel hinder ondervinden van hete en droge weken die voorafgaan aan hun bloeitijd.
In sommige gevallen worden er ook nog bloeiende brede wespenorchissen gevonden in de herfstmaanden.

Habitat

Deze soort is gebonden aan de aanwezigheid van struiken en bomen zoals wilgen Salix sp., berken Betula sp, populieren Populus sp, haagbeuk Carpinus en dennen Pinus sp. In sommige uitzonderingen groeit hij in de volle zon. Verder verkiest hij een mineraalrijke bodem en plekken die een zekere dynamiek vertonen zoals wegbermen, spoorbermen, parken en tuinen, verstoorde gronden of bospaden.

Verspreiding

Algemene soort die op heel veel plekken kan gevonden worden, maar wel nagenoeg ontbreekt in de zure delen van ons land. 

Gelijkende soorten

Er is een variëteit met nagenoeg ronde bladeren die ook stijver zijn, die orbicularis wordt genoemd. Daarnaast zijn er ook een aantal variëteiten bekend die werden benoemd naar de aan- of afwezigheid van bladgroen of anthocyaan:

  • var. monotropoides bezit geen bladgroen.
  • var. viridiflora bezit geen anthocyaan
  • var. purpurea bezit een overdaad aan anthocyaan

     

Opmerkingen

Vergissing met andere wespenorchissen zoals Epipactis muelleri of E. leptochila subsp. neglecta is mogelijk. Indien je alle kenmerken in beschouwing neemt (viscidium, basiskleur bloemsteel, bladeren, vorm van epichiel, zuiltje, bloeitijd) is een correcte determinatie wel mogelijk.

In ons land werden er al een aantal hybriden gevonden met andere wespenorchissen:

  1. ×schmalhausenii Epipactis atrorubens × E. helleborine
  2. ×schulzei Epipactis helleborine × E. purpurata
  3. ×reinekei Epipactis helleborine × E. muelleri
  4. ×bruxellensis Epipactis helleborine × E. phyllanthes
  5. ×stephensonii Epipactis helleborine × E. leptochila s.l.

Walter Van den Bussche en Bart Van de Vijver 

Tekst : Walter Van den Bussche & Bart Van de Vijver. video : Patrick Mannens, foto’s :  Daniel Gheyselinck, Jacques Kleynen, Patrick Mannens, Walter Van den Bussche, Jos Eykens, Dirk Batenburg, Peter Saathof, Ria De Nève, Patrick Denissen.

Met dank aan de vele fotografen die ons beeldmateriaal bezorgden van deze soort.

Volgende maand :

Orchis xspuria 

= O.anthropophorum x O.purpurea

Alle foto’s zijn welkom.  Stuur ze naar secretariaat@semo.vlaanderen.

Alvast bedankt.