Epipactis purpurata G.E. Smith, forma chlorophylla (Seeland) Delforge
Paarse wespenorchis
Frans : Epipactis pourpre
Engels : Violet Helleborine
Duits :Violette Stendelwurz
Synoniemen
Epipactis sessilifolia Petermann
Epipactis violacea (Durand-Duquesney) Boreau
Epipactis viridiflora Krocker
Opmerking : dit taxon werd voor het eerst beschreven in 1929 door Hermann Seeland als Epipactis violacea f. chlorophylla
Etymologie
purpurata verwijst naar de dominantie van het pigment anthocyaan, waardoor de plant zijn typische donkere, paarsachtige kleur krijgt. Bij deze variëteit ontbreekt echter dit piment, waardoor de planten groen van kleur zijn. Het groen is afkomstig van het bladgroen, wat chlorofyl is in het Latijn.
Beschrijving
Plant die vaak niet hoger wordt dan 40 cm en soms in toefjes of bundels voorkomt door vegetatieve vermeerdering. De bladeren zijn smal, klein en groen. Deze soort blijft zijn ganse leven samenwerken met mycorrhiza-schimmels en is daarom niet of nauwelijks afhankelijk van eigen bladgroen, maar de vraag is of deze vorm minder afhankelijk is.
De bloemen zijn licht van kleur (groenwit) en vaak wijd geopend. De plant is geen zelfbestuiver, maar wordt gretig bestoven door wespen die de planten kunnen opsporen in de donkere bossen door de geur en de lichte kleur van de bloemen die goed zichtbaar worden wanneer ze worden beschenen door een zonnestraaltje. De bloemen zijn niet verschillend van die van de “gewone” paarse wespenorchis.
Variabiliteit
Daarnaast gebeurt het dat er exemplaren worden gevonden die geen bladgroen bevatten en dan gans roze van kleur zijn.
Epipactis purpurata f. rosea Delforge
Bloeitijd
in de laatste week van juli tot half augustus.
Habitat
Oude bossen met beuk, eik, haagbeuk en hazelaar, waar weinig licht door het bladerdak dringt en met een vochtige bodem die uit zware klei of mergel bestaat. In deze omstandigheden is E. purpurata vaak de enige plant die daar groeit in de dikke strooisellaag. Opslag van braam Rubus sp. is vaak een teken van ophoping van stikstof wat uiteindelijk leidt tot het verdwijnen van deze orchidee.
Soms komt de plant ook voor langs bospaden met meer onderbegroeiing.
Verspreiding
In ons land komt deze vorm voor in het Maasdistrict (Fagne schisteuse) en de Calestienne rond Sourd d’Ave. De Europese verspreiding beperkt zich blijkbaar tot Duitsland en België.
Gelijkende soorten
Op de typische groeiplaatsen van deze soort komen er geen andere planten voor die gelijkt op deze variëteit, behalve dan Epipactis microphylla of Epipactis helleborine. In sommige gevallen kan deze laatste soort in de naaste omgeving voorkomen, binnen vliegbereik van wespen. Hybriden tussen beide taxa (de vorm chlorophylla en Epipactis helleborine) zijn voor zover ik weet nog niet aangetroffen of beschreven.
Opmerkingen
Deze soort kent een sterke achteruitgang door de toenemende aantallen bramen Rubus sp. in onze bossen.
Daarnaast zorgen (te grote) populaties van everzwijnen ook voor de nodige omwoeling van de bodem waardoor planten beschadigd worden of de wortelstokken worden opgegeten.
Tekst : Walter Van den Bussche. video : Patrick Mannens, foto’s : Walter Van den bussche, Patrick Mannens. Met dank aan de vele fotografen die ons beeldmateriaal bezorgden van deze soort.
Volgende maand :
Ophrys tenthredinifera
Alle foto’s zijn welkom. Stuur ze naar secretariaat@semo.vlaanderen.
Alvast bedankt.
