Anacamptis laxiflora (Lam.) R.M.Bateman, Pridgeon & M.W.Chase 1997

De IJle moerasorchis (slanke orchis of losbloemige orchis)

Frans : Orchis à fleurs lâches

Engels : Loose-flowered orchid (of Jersey orchid)

Duits : Lockerblütiges Knabenkraut (of Sumpf-Knabenkraut)

Etymologie

De soortnaam laxifora is samengesteld uit twee Latijnse woorden: laxus = los, niet dicht opeen en flos wat bloem betekent. Samen betekent laxiflora letterlijk: “met losstaande bloemen” of “losbloemig”, wat verwijst naar de relatief ijle bloeiwijze van de plant, waarbij de bloemen duidelijk van elkaar gescheiden staan.

Taxonomie

Anacamptis laxiflora werd oorspronkelijk beschreven in 1778 door Jean-Baptiste Chevalier de Lamarck (als Orchis laxiflora). Later fylogenetisch (moleculair) onderzoek door Richard Bateman en zijn collega’s toonde aan dat de soort ingedeeld moest worden in het geslacht Anacamptis.

Beschrijving

Middelgrote tot grote, overblijvende, plant, (20–)30–70(–90) cm hoog, met rechtopstaande, slanke, violet-aanlopende stengel. Bladeren 5–9, langs het grootste deel van de stengel verspreid, de onderste vaak dichter bij elkaar staand, lijn-lancetvormig tot lancetvormig, gootvormig, spits toelopend, gaafrandig, meestal ongevlekt. Bovenste bladeren geleidelijk kleiner en schutbladachtig.

Bloeiwijze

Een eindstandige, losbloemige, cilindrische aar, 5–20 cm lang, bestaande uit meestal 10–35 bloemen. Schutbladen lijn-lancetvormig, ongeveer even lang als of iets langer dan het vruchtbeginsel. Bloemen relatief groot, purperrood tot paars-roze. Middelste sepaal en petalen vormen een losse helm boven het zuiltje; zijdelingse sepalen uitgespreid tot teruggeslagen. Lip breed waaiervormig, 10–15 mm lang, onduidelijk drielobbig. Zijlobben afgerond, langer dan de korte, vaak afgesneden middenlob. Middenveld van de lip geheel wit, meestal voorzien van donkere purperen stippen en korte streepjes. Spoor slank cilindrisch, licht neerwaarts gebogen, ongeveer 2/3 tot even lang het vruchtbeginsel, gevuld met nectar.

Verspreiding en habitat

Mediterraan-Atlantische soort, verspreid van het Iberisch Schiereiland en Noordwest-Afrika via Zuid- en Midden-Europa tot de Balkan en Klein-Azië. De noordelijke verspreidingsgrens ligt in België, Nederland, Duitsland en Zuid-Engeland. In veel Europese landen staat de soort onder bescherming of wordt ze als kwetsbaar beschouwd. Ze is sterk afhankelijk van specifieke bodemomstandigheden en gaat plaatselijk sterk achteruit door verlies van geschikte natte graslanden. De soort groeit namelijk in onbemeste, alkalische hooilanden en moerasgebieden die bevochtigd worden door zuurstof- en mineraalrijk water. Ze verdraagt slecht verdroging en is daarom sterk afhankelijk van traditionele, extensieve graslandbeheerpraktijken.

De soort is zeer zeldzaam en komt in België (Vlaanderen/Wallonië) in het wild niet of nauwelijks voor als inheemse soort, maar is wel te vinden in omringende regio’s zoals Frankrijk (Normandië en Bretagne) en de Kanaaleilanden.

Bloeitijd

Doorgaans van april tot juni, afhankelijk van klimaat en locatie.

Bestuivers

Anacamptis laxiflora is een nectarproducerende orchidee die voornamelijk wordt bestoven door nectarzoekende bijen en hommels. Door de aanwezigheid van nectar is de soort relatief weinig gespecialiseerd en kan zij door een breed spectrum aan bestuivende insecten worden bezocht. Tijdens het foerageren in de spoor hechten de polliniën zich via de viscidia aan de kop of het borststuk van de bestuiver en worden bij een volgend bloembezoek op het stigma afgezet.

Tekst : Bart Van de Vijver en Patrick Mannens. video : Patrick Mannens, foto’s :  Jacques Kleynen, Patrick Denissen, Liesbeth Van Haak, Peter Saathof, Patrick Mannens, Daniel Ghyselinck, Walter Van den Bussche, Jos Eykens, Felix Baeten, Frans Thys.

  Met dank aan de vele fotografen die ons beeldmateriaal bezorgden van deze soort.

Volgende maand :

Epipactis veratifolia

Alle foto’s zijn welkom.  Stuur ze naar secretariaat@semo.vlaanderen.

Alvast bedankt.