Epipactis veratifolia Boiss. & Hohen. 1954
Frans : Épipactis à feuilles de vérâtre
Engels : Eastern Marsh Helleborine (soms ook wel Scarce Marsh Helleborine genoemd).
Duits : Germerblättrige Stendelwurz
Etymologie
De naam Epipactis is afkomstig uit het Oudgrieks en werd reeds door de Griekse arts Dioscorides (1ste eeuw n.Chr.) gebruikt voor een plant die vermoedelijk een soort wespenorchis was. De soortnaam veratrifolia verwijst naar de bladeren, die lijken op die van Veratrum, in het Nederlands dodenwade genoemd. De bladeren van Epipactis veratrifolia zijn inderdaad opvallend lang, smal en sterk generfd.
Beschrijving
Epipactis veratrifolia is een robuuste, overblijvende wespenorchis die vanuit een kruipende wortelstok een rechtopstaande, volledig bebladerde stengel vormt. De plant wordt doorgaans 20 tot 100 cm hoog. De talrijke bladeren staan verspreid langs de stengel en zijn langwerpig tot lancetvormig, duidelijk geplooid en voorzien van opvallende nerven. Naar boven toe worden de bladeren geleidelijk kleiner en gaan ze over in de schutbladen van de bloeiwijze.
Bloeiwijze
De bloeiwijze is een vrij losse, langgerekte tros met talrijke bloemen. De schutbladen zijn lancetvormig en vaak opvallend lang. De bloemen zijn relatief groot voor het geslacht, 20-30 mm lang, en staan eerst min of meer opgericht, maar gaan later vaak hangen. De sepalen zijn groen, meestal met een roodpaarse tot purperbruine rand. De petalen zijn kleiner dan de sepalen, groenachtig wit tot geelgroen, maar soms ook licht-roze en paarsachtig.
Zoals bij de andere wespenorchissen bestaat de lip uit twee duidelijk van elkaar onderscheiden delen. Het hypochiel is komvormig , witachtig tot lichtgroen met roodbruine tot purperen strepen of vlekken, en bevat nectarproducerend weefsel. Het epichiel daarentegen is meer hartvormig tot driehoekig van vorm, witachtig tot roze, vaak met een spits uiteinde en gegolfde rand. De combinatie van de groenachtige bloemen met de roodpaarse tekening en de opvallend witte tot lichtgekleurde top van de lip maakt deze soort goed herkenbaar.
Verspreiding en habitat
Epipactis veratrifolia heeft een zeer groot verspreidingsgebied dat zich uitstrekt van het oostelijke Middellandse Zeegebied en de Kaukasus via het Midden-Oosten en het Arabisch Schiereiland tot de Himalaya en verder zuidwaarts tot Ethiopië en Somalië. In onze Europese flora komt de soort enkel voor op Cyprus waar de planten op enkele plekken gevonden werden.
De soort heeft een opvallende voorkeur voor vochtige plaatsen. Ze groeit onder meer langs bronnen, beekjes en irrigatiekanalen, op vochtige plaatsen onder kalkrotsen en in zogenaamde wadis. Vooral plaatsen waar permanent of tijdelijk kwelwater aanwezig is, lijken geschikt. Op Cyprus is een bekende vindplaats aan de kust een grote rotswand waaruit water sijpelt. In droge gebieden is ze vaak gebonden aan plaatsen waar permanent of periodiek water beschikbaar is.
Bloeitijd
De bloei valt voornamelijk in het voorjaar en de vroege zomer, afhankelijk van de geografische ligging. In het warmere deel van het verspreidingsgebied kunnen de eerste planten reeds vanaf februari bloeien. De plant is redelijk winterhard en kan in de volle grond overleven, al heeft ze in de koudere maanden doorgaans wat winterbescherming nodig.
Bijzonderheden
De soort heeft een zeer bijzondere bestuivingsstrategie. De bloemen trekken vooral vrouwelijke zweefvliegen aan, die normaal op zoek gaan naar bladluizen als voedsel voor hun larven. Epipactis veratrifolia maakt daarbij gebruik van zowel visuele als chemische signalen die aan bladluizen doen denken. De zweefvliegen worden hierdoor naar de bloemen gelokt en zorgen tijdens hun bezoek voor de bestuiving.
Tekst : Bart Van de Vijver en Patrick Mannens. video : Patrick Mannens, foto’s : Felix Baeten, Patrick Mannens, Walter Van den Buscche, Daniel Gheyselinck, Bram De Block
Met dank aan de vele fotografen die ons beeldmateriaal bezorgden van deze soort.
Volgende maand :
Ophrys sphegodes subsp. aveyronensis
Alle foto’s zijn welkom. Stuur ze naar secretariaat@semo.vlaanderen.
Alvast bedankt.
